Rod Stewart

Sir Roderick David (Rod) Stewart ( 10 januari 1945) is een Britse rockzanger bekend om zijn rauwe bluesy stem. Hij wordt de witte met de zwarte stem genoemd of ook weleens de laatste "song and dance man" vanwege zijn podiumpersoonlijkheid. Er zijn maar liefst ruim 100 miljoen platen van hem verkocht.

Op jonge leeftijd wilde Stewart voetballer worden en speelde enige tijd bij Brentford FC. Hij werkte onderRod Stewart meer als grafdelver, afrasteringenbouwer en bezorger. Begin jaren zestig begon zijn carrière in de muziek toen hij zich als straatmuzikant aansloot bij folkzanger Wizz Jones.  Op het station van Twickenham werd hij ontdekt door Long John Baldry. Vanaf 1964 trad hij veel op met Shotgun Express, Steampacket, Long John Baldry, Julie Driscoll en Alexis Korner. Hij zou –volgens geruchten –in 1964 mondharmonica gespeeld hebben in het liedje "My Boy Lollipop" van de Jamaicaanse skazangeres Millie Small, maar in werkelijkheid was het Pete Hogman die hiervoor het harmonicaspel verzorgde. Hij bleef relatief onbekend totdat hij zich in 1967 aansloot bij de Jeff Beck Group met virtuoos gitaarspeler Jeff Beck, bassist Ron Wood (Rolling Stones) en drummers Aynsley Dunbar en Micky Waller.

In 1969 verliet hij de Jeff Beck Group om samen met Ron Wood over te stappen naar The Faces. Hij bracht in datzelfde jaar nog een soloalbum uit, An Old Raincoat Won't Ever Let You Down en met The Faces het album First Step. In 1970 verscheen zijn tweede soloalbum Gasoline Alley en met The Faces Long Player.

De albums An Old Raincoat, Gasoline Alley, Never A Dull Moment, Smiler, A Nod's As Good As A Wink To A Blind Horse en Ooh La La kunnen volgens Rolling Stone Magazine gezien worden als belangrijke rockalbums. Na de periode waarin Rod Stewart op zijn populairst was volgde, volgens de muziekpers wereldwijd, niet zijn creatiefste.

Aan het eind van 1978 had hij uit het album Blonds Have More Fun nog een hit met het nummer Do Ya Think I'm Sexy?, waarschijnlijk het meest verguisde nummer uit zijn carrière, dat een nummer 1-hit werd over de hele wereld. Het bracht Stewart echter financieel niets op, want alle rechten werden geschonken aan het kinderfonds van Unicef.

Rod Stewart solo en vooral ook Rod Stewart samen met de Faces wordt door vele artiesten als hun grote voorbeeld genoemd, zoals o.a. Alanis Morissette, The Black Crowes, Stereophonics, Pearl Jam (die zelfs enkele riffs van de Faces geleend hebben) tot zelfs Rage Against the Machine.

Rod Stewart zelf is een groot bewonderaar van zanger en acteur Elvis Presley. Hij zei eens: "Elvis was en is nog steeds The King en zal dat altijd blijven, dat staat buiten kijf. Mensen als ikzelf, Mick Jagger en al die anderen volgden hem alleen in zijn voetsporen." Tot zijn grote voorbeelden behoren tevens Sam Cooke, Otis Redding en Aretha Franklin van wie hij Natural Woman bewerkte tot Natural Man voor zijn in 1974 verschenen album Smiler.

Sunday Morning Classic: Atlantic Crossing

Op 5 juli lag het album Atlantic Crossing bij ons onder de naald tijdens de Sunday Morning Classics.

“Het zesde album van Rod Stewart heette Atlantic Crossing omdat de zanger letterlijk de Atlantische Oceaan overstak, waardoor Amerika zijn nieuwe thuis werd om redenen van het hart (hij was destijds Atlantic Crossing Rod Stewartvolledig gecharmeerd van actrice Britt Ekland) en de portemonnee (hij stond te popelen om te ontsnappen de restrictieve belastingtarieven van Groot-Brittannië). Toevallig was 1975 een perfecte tijd voor een nieuw begin voor Stewart: de Faces vielen uit elkaar, zijn laatste LP, Smiler, was niet algemeen geliefd, en hij had zijn contract met Mercury afgesloten en getekend bij Warner, waarbij de legendarische producer Tom Dowd werd ingehuurd om hem door een gelikte, gestroomlijnde vernieuwing van zijn kenmerkende geluid te loodsen. Het eerste dat moest worden weggegooid, waren alle sporen van de haveloze folk die op al zijn eerste vijf solo-albums was verschenen, inclusief op zijn hit "Maggie May".

Zonder die rinkelende akoestische gitaren brachten Dowd en Stewart de rock-'n-roll, soul en whisky doordrenkte ballads op gang. Eerst probeerden ze het album op te nemen met de MG's en breidde deze kerngroep vervolgens uit met andere studioprofs die zich gemakkelijk konden nestelen in een gladde, gepolijste groove. De resultaten waren spetterend zonder blits te zijn en soulvol zonder korrelig te zijn, een indrukwekkende groots opknapbeurt van Stewart die enorm profiteerde van een reeks geweldige nummers, zowel originelen als covers. Het is veelzeggend dat alle geweldige originelen aan de eerste kant arriveren, genaamd "The Fast Half", met Rod die zinderend schrijft, grappige rockers zingt ("Three Time Loser") en ongewenste nuchterheid ("Stone Cold Sober") laat horen, waarna hij zich terugtrok voor een snelle romance op het door Jesse Ed Davis mede geschreven "Alright for an Hour".

Allemaal goede aanwijzingen dat zijn hart nog steeds op een feestje was. Maar de "Slow Half" onthulde wel dat Stewart niets van zijn fijne, genuanceerde interpretatieve vaardigheden had verloren, toen hij Danny Whitten's "I Don't Want to Talk About It" verscheurde, deed hij zijn eerste poging tot "This Old Heart of Mine" en zorgde ervoor dat "Sailing" niet weggleed in sentimentaliteit. Als ze samen waren, hadden de twee helften misschien een wat geliktere Stewart getoond, maar hij was nog steeds dezelfde oude Rod met een groot, te groot hart en een onweerstaanbare stoute grijns. Zelfs als je geen fan van Rod Stewart bent, vind ik Atlantic Crossing een fantastisch album met veel afwisseling en uitblinkers. Het is briljant geproduceerd (door Tom Dowd), en Stewart geeft elk nummer zijn beste kunnen. Over Atlantic Crossing wordt niet vaak gesproken, maar ik vind het een prima album.

Bron: Wikipedia en Jan Liebregts

Bezoek hier de website van Rod.

Deel deze pagina

WhatsApp

Volg ons online

WhatsApp
»

© 2021 De Platenbar Groede