Sticky FingersSticky Fingers USA

Sticky Fingers is sterk beïnvloed door de ervaringen met Amerika van The Rolling Stones. Het waren roerige tijden voor de band en tegen die achtergrond creëerden ze, mede dankzij het virtuoze gitaarspel van Mick Taylor, een waar meesterwerk.

Basisbezetting: Mick Jagger, Keith Richards, Charlie Watts, Bill Wyman, Mick Taylor.
Producer: Jimmy Miller

Het is zonder twijfel een van de bekendste albums van The Rolling Stones. De plaat is opmerkelijk om meerdere redenen. Zo is het de eerste plaat van The Stones op hun eigen platenlabel en er staan beroemde nummers op als “Brown Sugar” en “Wild Horses”.  De cover van het album, een strakke spijkerbroek, waarschijnlijk gedragen door acteur Joe Dallesandro, werd bedacht en ontworpen door Andy Warhol en John Pasche en gefotografeerd door Billy Name.  

De veel te strakke broek waarin duidelijk de contouren van een mannelijk geslachtsdeel zichtbaar zijn, kan in sommige landen in 1971 niet door de beugel. Onder het regime van Franco wordt de hoes in Spanje gecensureerd. Ontwerpers John Pasche en Phil Jude komen met een alternatief ontwerp: een aantal vingers in een stroopblik. Letterlijk sticky fingers dus, alleen ziet het resultaat er nogal luguber uit. Franco heeft er schijnbaar geen moeite mee. Pas na zijn overlijden mag de Warhol-hoes verkocht worden. In Maleisië zijn de autoriteiten in de jaren zeventig ook geen fan van de Warhol-hoes. Ze vinden ‘m niet heftig genoeg om 'm volledig te verbannen, maar de foto vanSticky Fingers Spain de strakke spijkerbroek is op de Maleisische persing van de elpee naar de achterkant van de hoes verplaatst. Op de voorkant staat een bandfoto die op de reguliere edities van de plaat op de binnenhoes te vinden is. Aan zijn ongegeneerde geeuw te zien, vindt zelfs Mick Jagger ‘m een beetje saai. De muziek van The Stones is aanvankelijk verboden in de Sovjet-Unie. Vrijwel onmiddellijk na de val van de Sovjet-Unie, tijdens kerst 1991, verschijnt een onofficiële uitvoering van "Sticky Fingers" in Rusland. De elpee bevat niet de originele hoesfoto uit 1971, maar eentje die er van een afstandje veel op lijkt. Wie nauwkeuriger naar de plaat kijkt, ziet toch wel wat opvallende verschillen, zoals de ster op de gesp, met daarin een hamer en een sikkel.

Mick Jagger is de logo’s waar platenmaatschappij Decca mee komt meer dan zat en benadert in 1969 het Royal College of Art in London om iemand aan te wijzen die een nieuw logo voor de band kan ontwerpen. De uitverkorene is designstudent John Pasche die zich laat inspireren door de karakteristieke lippen van de frontman zelf en tegelijkertijd ook het rebelse karakter van de groep vangt. Het resultaat is het misschien wel meest herkenbare band logo ter wereld en wordt op dit album voor het eerst gebruikt.

Het album begint grandioos met Brown Sugar, een opruiend verhaal over slavernij, seksuele bevrediging en drugs, met een riff in de beste Stones-traditie. 

Gast:
Ian Stewart, pianoSticky Fingers Rusia
Bobby Keys, saxofoon

Sway heeft meer van ditzelfde met als kernwoorden seks, drugs en rock ’n roll. 

Gast:
Nicky Hopkins, piano
Paul Buckmaster, Strijkersarrangement

Wild Horses heeft een aanstekelijke melodie en beschrijft Keith frustratie over het feit dat hij door het touren niet bij zijn pasgeboren zoontje kan zijn. 

Gast:
Jim Dickinson, piano

Can’t you hear me knocking mondt uit in een improvisatie met een latinrock-karakter, geleid door Bobby Keys op saxofoon en Mick Taylor op sologitaar. 

Gast:
Bobby Keyes, saxofoon
Rocky Dijon, congas

You gotta move is een eerbetoon aan de voorvader van de blues, Fred McDowell. 

Bitch, met alweer zo’n geweldige riff, waarin Mick een parallel trekt tussen vrouwen en seksueel genot.

Gast:
Bobby Keyes, saxofoon,
Jim Price, trompet         
Jimmy Miller, percussie

I got the Blues geeft duidelijk de invloed van de muziek uit de zuidelijke staten op de band weer. 

Gast:
Bobby Keyes, saxofoon
Jim Price, trompet
Billy Preston, orgel

Sister Morphine, een macabere ballade, beschrijft de laatste momenten van een slachtoffer van een ongeluk in het ziekenhuis. 

Gast:
Jack Nitzsche, piano
Ry Cooder, slidegitaar

Dead Flowers is een uitstapje naar de country muziek, een genre waardoor de band zich ook laat beïnvloeden.

Gast:
Ian Stewart, piano

Het album wordt afgesloten met Moonlight Mile, een nummer waarmee Mick een plek in de eregalerij van rockdichters verdient. 

Gast:
Jim Price, piano
Paul Buckmaster: Strijkersarrangement

Met dank aan Jan Liebregts (19-07-2021)

Deel deze pagina

WhatsApp

Volg ons online

WhatsApp
»

© 2021 De Platenbar Groede